10-11-10

Horrorwinter?

Sensatie troef in de pers vandaag. "Weer horror-winter op komst?", kopt onder meer De Standaard en zusterkrant Het Nieuwsblad. Waar die "weer" op slaat, dat is mij al een raadsel. De vorige winter valt te klasseren in de categorie "normaal", we kunnen hem hooguit iets kouder dan gewoonlijk noemen. Vraag het maar aan de schaatsers: zo veel natuurijs hebben we niet gehad hier in Vlaanderen. Het aantal sneeuwdagen lag wel vrij hoog, maar op de meeste plaatsen leverde dat al bij al toch maar een bescheiden sneeuwdek op.

Een aantal privé-weerbedrijven doen hun uiterste best om in de aandacht te komen, en dat lukt natuurlijk het best met een specatulaire "verwachting". Met de mededeling "het wordt een normale winter" haal je de krantenkoppen niet. Ik heb het hier al eerder geschreven: seizoensverwachtingen voor onze omgeving blijven een uiterste delicate, om niet te zeggen onmogelijke zaak.

Een aantal gerenommeerde weerinstituten, zoals het Amerikaanse NCEP en het Europese ECMWF wagen zich aan globale seizoensverwachtingen en nemen bijgevolg ook de regio Europa mee in hun berekeningen. Daarvoor wordt een soort van ensembletechniek gebruikt, vergelijkbaar met het EPS van de tiendaagse verwachting. Een aantal berekeningen worden verschillende keren opnieuw gedaan met licht gewijzigde beginsituaties. Op basis van die verschillende uitkomsten kan dan een uitspraak worden gedaan in kans-percentages. De jongste seizoensverwachting van het ECMWF voorziet voor onze omgeving dat de gemiddelde 2m-temperatuur voor de maanden december tot en met februari 40 tot 50 procent kans maakt om in het laagste tertiel uit te komen, vergeleken met de winters van de voorbije eeuw (een tertiel is 33,33...% van het totaal). De kans op een te koude winter is dus volgens deze seizoensverwachting iets groter dan normaal. Dat betekent dat er nog altijd 50 tot 60 procent kans is dat de winter uiteindelijk in de tertielen "normaal" of "te zacht" zal terecht komen.

Daarbij: het globale stromingspatroon berekenen is één zaak. We leven nu eenmaal op de grens van een koud continent met een warme Oceaan. Uiteindelijk hangt het toch allemaal af van kleine details. Zelfs bij een aanhoudende noordoostelijke stroming kunnen kleinschalige Noordzee-depressies de Lage Landen in de relatief zachte lucht houden, terwijl het een paar honderd kilometer verder bij onze Duitse buren de stenen uit de grond vriest. Blijven die kleinschalige fenomenen achterwege, dan wordt het met diezelfde stroming ook bij ons ijskoud. Geen enkele seizoensmodel kan daar nu al een uitspraak over doen. Daarvoor draaien deze modelen op een veel te grove schaal.

18:57 Gepost door Gert | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.