14-12-06

Kans op inversiekou

Wat een paar dagen geleden al door een twintig procent van de leden van het EPS werd berekend, krijgt nu meer en meer bijval: er is volgende week een gerede kans op wat inversiekoude.

Een hogedrukgebied trekt vanover de Atlantische Oceaan oostwaarts en vestigt zich uiteindelijk boven West-Europa. De kern komt daarbij vlak bij ons in de buurt te liggen. Het zal de meteorologen in de weerkamers van de diverse weerinstituten en -bureaus wat nerveus maken. Grootschalig is de situatie zo klaar als een klontje, maar kleine details kunnen een totaal ander weerbeeld opleveren. Details die soms moeilijk en in laatste instantie in te schatten zijn.

Het komt er op neer dat de atmosfeer boven ons hoofd onder de hogedrukkern volledig tot rust komt. In de winter wil dat zeggen dat de lucht aan de grond begint af te koelen. Er wordt geen kou naar ons getransporteerd, de kou ontstaat ter plaatse.

De nachten worden in elk geval koeler. En dan hangt het er van af. Ligt de as van het hogedrukgebied ten noorden van ons, dan stroomt er droge, continentale lucht naar ons. 's Nachts vriest het licht, overdag is het zonnig en stijgt het kwik tot een graad of 5. Onder perfecte uitstralingscondities is zelfs matige vorst niet geheel uit te sluiten.

Komt de as van het hogedrukgebied ten zuiden van ons te liggen, dan sijpelt er vochtige lucht vanover de Noordzee binnen. Gebeurt dat 's nachts, dan kan er (aanvriezende) mist ontstaan. In december heeft de zon het moeilijk om de mistlaag overdag weer af te breken. Het kwik kan dan rond het vriespunt blijven steken. Meer nog: een ijsdag is dan niet volledig uit te sluiten. Bij mist of laaghangende bewolking zal het de volgende nacht niet zo sterk meer afkoelen. Het verschil tussen de minima en maxima is dan klein. 's Nachts vriest het hooguit licht.

Een goede verstaander begrijpt het al: voor schaatsers is deze situatie niet optimaal. Blijft het helder, dan vriest het 's nachts wel flink, maar warmt het overdag te sterk op en kan er geen solide ijsvloer ontstaan. Blijft het overdag vriezen in een mistveld, dan koelt het 's nachts niet voldoende af. Meer nog: aangezien er nog geen kou in de grond zit, begint die bij mist en lage bewolking warmte af te geven, die niet kan worden afgevoerd. Je krijgt dan het merkwaardige feit dat het wel vriest op waarnemingshoogte (1,5 meter), maar niet aan de grond.

Of het volgende week al dan niet gaat vriezen, is nog niet met zekerheid te zeggen. Dat hangt te veel af van details, zoals hierboven uitgelegd. Maar de kans is groot dat we eindelijk van de absurd hoge temperaturen verlost zijn en dat de nulletjes in het winteroverzicht in de rechterkolom van deze website eindelijk uit de tabellen zullen verdwijnen. Het is een begin.

 

Hoe delicaat de weersverwachting volgende week kan zijn, blijkt uit onderstaande kaart van het Amerikaanse GFS-model. In het noorden van Nederland wordt vochtige lucht vanover de Noordzee aangevoerd. België zit in continentale lucht, afkomstige uit Duitsland en Oostenrijk. Voor Nederland betekent dit: grote kans op mist en lage bewolking en waarschijnlijk geen nachtvorst. In België meer kans op nachtvorst en minder op mist. Om die reden zal het bij inversiekou in Vlaanderen vaak kouder zijn dan in Nederland. Bij transportkou is het meestal andersom, omdat die vanuit het noordoosten komt en (Noord)-Nederland dan dichter bij de bron zit.

hoog

Bron kaart: www.meteociel.fr

21:37 Gepost door Gert in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: weer, weerbericht, winter, winterverwachting |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.